De ervaring van de klinische rol bij verpleegkundig specialisten in Vlaamse psychiatrische ziekenhuizen en PAAZ-afdelingen: een fenomenologische benadering
Delabie Valérie, 2025
Hoe verpleegkundig specialisten hun klinische rol in de geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen ervaren.
De overheid wil meer zorg buiten het psychiatrisch ziekenhuis organiseren en als opname toch nodig is, die zo kort en intensief mogelijk te houden. Dit vraagt voldoende én goede hulpverleners, waarvan verpleegkundigen de grootste groep vormen. Verpleegkundig specialisten (VS) kunnen door hun klinische rol er mee voor zorgen dat er goede zorg wordt gegeven aan de patiënten, zoals het coachen van verpleegkundigen en het verbeteren van de patiëntenzorg. Maar er is nog geen onderzoek gedaan naar hoe VS’en in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) in Vlaanderen hun klinische rol precies ervaren, invullen en wat ze nodig hebben om die rol goed te vervullen. Om dit uit te zoeken werd er door de onderzoeker zes VS’en geïnterviewd die in een psychiatrisch ziekenhuis of op psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis werken (PAAZ). De onderzoeker vroeg hen hoe zij hun klinische rol begrijpen, vormgeven en verder ontwikkelen. Deze gesprekken werden geanalyseerd om terugkerende thema’s te vinden.
Het eerste thema is dat VS’en hun klinische rol op verschillende manieren invullen. De VS’en kiezen allemaal voor een andere focus, waarbij sommigen vooral rechtstreeks met patiënten begeleiden (individueel of in groep) en zich meer focussen op een kleine specifieke groep patiënten en veel weten over één onderwerp Terwijl anderen vooral teams van hulpverleners versterken via coaching en focussen op een grotere groep patiënten en over meerdere onderwerpen enige kennis hebben. Het tweede thema is dat de reden waarom er zoveel verschil zit tussen hoe ze hun klinische rol invullen in de eerste plaats afhangt van de eigen visie van de VS en in hoeverre hij/zij dit durft realiseren. In de tweede plaats hangt het af van de mogelijkheid dat de leidinggevende de VS geeft om dit te kunnen doen. Hoe meer VS’en zelf patiënten alleen of in groep mogen begeleiden en mogen kiezen wat ze in hun klinische rol doen, hoe beter ze er in worden. Zonder deze autonomie en goede opleidingen blijft deze rol vaag en minder begrijpelijk voor anderen.
Een duidelijke en sterke klinische rol van de VS helpt om zorg op afdelingen te verbeteren. De patiënten krijgen doelgerichte begeleiding en teams leren betere zorg te geven. Dat is precies wat nodig is in kortere en intensievere opnames. De masteropleiding moet meer ondersteunen in praktische vertaling van de internationale literatuur over VS’en in de GGZ.
Leidinggevenden en directie moeten aan VS’en tijd en ruimte geven om zelf patiënten te begeleiden en ook voor bijscholingen en begeleiding. De VS’en moeten onderling via een koepelorgaan overeenkomen wat de kern van hun klinische rol is zodat het duidelijker wordt voor patiënten, naasten en andere hulpverleners wat ze van een VS mogen verwachten.
| Promotor | Eddy Deproost |
| Opleiding | Verpleegkunde en Vroedkunde |
| Kernwoorden | Verpleegkundig specialist, GGZ, psychiatrisch, klinische rol, fenomenologisch onderzoek |