"De impact van het toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen op de morele stress bij verpleegkundigen in de geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen."

Strijbol Maya, 2025
Titel: Psychiatrische verpleegkundigen in spagaat: zorgen én beperken. In tijden waar het mentale welzijn meer en meer de nodige aandacht krijgt, mag de focus niet alleen liggen op dat van de patiënten in de psychiatrische ziekenhuizen. Ook het mentale welzijn van verpleegkundigen moet in het oog worden gehouden. Zij zijn ook maar mensen, die tegelijk zorgen voor andere mensen. Vandaar deze studie om in kaart te brengen hoe psychiatrisch verpleegkundigen zich voelen als ze vrijheidsbeperkende maatregelen (VBM) moeten toepassen op patiënten. VBM toepassen betekent dat een patiënt minder vrijheid krijgt, bijvoorbeeld door die persoon te gaan afzonderen. Andere methodes zijn fixatie en (dwang) medicatie. Dit kan lastig zijn voor verpleegkundigen als zij in een situatie terecht komen waar zij tegen hun gevoel van goede zorg of aangename behandeling van een patiënt handelingen moeten gaan uitvoeren. Daardoor kunnen ze morele stress ervaren. Dat is de benaming voor de stress die je krijgt als je iets moet doen dat botst met je persoonlijke normen of waarden. Vermoedelijk gaat dit gepaard met organisatorische aspecten (zoals een gebrek aan steun) of angst voor de reacties van collega’s. In deze studie was de veronderstelling dat hoe meer een verpleegkundige VBM uitvoert, hoe meer stress deze persoon zou krijgen. Verrassend genoeg is er juist een verband tevoorschijn gekomen waarbij het uitvoeren van een VBM gepaard gaat met minder stress. Hierbij moet wel vermeld worden dat dit verband statistisch niet significant is. Dit is waarschijnlijk door het kleine aantal deelnemers. Er hebben maar 37 verpleegkundigen uit de drie participerende ziekenhuizen vrijwillig deelgenomen deze studie. Stress in cijfers: wat zeggen de resultaten nog meer? Toch blijkt dat er morele stress aanwezig is bij de participerende verpleegkundigen. Op een schaal van één tot vijf scoorden verpleegkundigen gemiddeld 2,4 voor intensiteit (hoe erg) en 2,0 voor frequentie (hoe vaak). Dit lijkt niet zo frequent te zijn, maar zelfs al gebeurt het af en toe dat een verpleegkundige zich in een nare situatie bevindt en (morele) stress ervaart, zal deze stress zich opstapelen. Dit noemen we het crescendo-effect. Tegelijk is er een significante relatie tussen de hoeveelheid morele stress en de frequentie gevonden. Dus als iemand vaak in moeilijke situaties werkt en geen uitlaatklep heeft, kan dat na een tijdje steeds zwaarder doorwegen en moeilijker worden voor deze persoon om hiermee overweg te kunnen. Ook is de ervaren stress, in sommige van de deelnemende ziekenhuizen, hoger gemeten bij het aftoetsen van bepaalde thema’s, zoals organisatorische aspecten of samenwerken met collega’s. Dit kan komen doordat ethische ondersteuningsprotocollen (zoals overleg of trainingen) nog niet overal even goed zijn uitgewerkt of doorgevoerd. Van morele stress naar mentale steun: de weg vooruit. In eerste instantie is het dus belangrijk dat ziekenhuizen zelf proberen preventief deze morele stress aan te pakken door ethische en mentale ondersteuning aan te bieden, in de vorm van overleggroepen, trainingen en/of reflectiemomenten. Zo kan een verpleegkundige die met een dilemma of onaangename situatie in aanraking kwam, terecht bij iemand en zich gehoord voelen waardoor er geen crescendo-effect van de morele stress ontstaat. Verder is meer onderzoek vereist met grotere (steekproef)groepen en ook moet (kwalitatief) onderzoek worden opgestart, zoals interviews, om juist die ervaringen in verband met de VBM beter te gaan begrijpen. Zo kunnen we verpleegkundigen helpen minder morele stress te voelen en kunnen zij betere zorg verlenen. Wie wil er nu niet goed verzorgd worden als je in een kwetsbare (mentale) situatie belandt?

Promotor Simon Malfait
Opleiding Management en Beleid van de Gezondheidszorg
Kernwoorden Vrijheidsbeperkende maatregelen Morele stress Psychiatrische verpleegkundigen Mentale welzijn