Bewegen, zitten en slapen bij jongeren met een aangeboren hartaandoening

T'Jollyn Marie-Astrid, 2025
Bewegen, zitten en slapen bij jongeren met een aangeboren hartaandoening Wat is er onderzocht? In dit onderzoek werd het 24-uursgedrag (bewegen, zitten en slapen) van zeven jongeren tussen 12 en 18 jaar met een aangeboren hartaandoening vergeleken met dat van zeven gezonde leeftijdsgenoten. Daarnaast werd onderzocht of de jongeren met een aangeboren hartaandoening voldeden aan de Canadian Society for Exercise Physiology-richtlijnen (CSEP), bestaande uit 60 minuten matig tot hoog intensieve beweging, 8 tot 10 uur slaap en maximaal 2 uur schermtijd per dag. Tot slot werd ook gekeken of geslacht, leeftijd, lichaamslengte, lichaamsgewicht, buikomtrek, schermtijd, aantal broers of zussen en aantal uren lichamelijke opvoeding per week invloed hadden op het 24-uursgedrag. Resultaten De jongeren met een aangeboren hartaandoening bewogen meer dan hun gezonde leeftijdsgenoten, maar brachten ook meer tijd al zittend door. Daarnaast sliepen de jongeren met een aangeboren hartaandoening gemiddeld 2,5 uur minder per nacht. Binnen deze groep waren meisjes meer licht fysiek actief dan jongens. Uit de resultaten bleek dat geen enkele jongere met een aangeboren hartaandoening voldeed aan de CSEP-richtlijnen rond slaap en beweging. Slechts 1 persoon uit de groep van adolescenten met een aangeboren hartaandoening voldeed aan de richtlijn rond schermtijd. Conclusie en inzichten Jongeren met een aangeboren hartaandoening bleken actiever dan hun gezonde leeftijdsgenoten. Mogelijk komt dit doordat ze extra worden aangemoedigd door ouders en/of zorgverleners. Tegelijkertijd brachten ze meer tijd zittend door dan hun gezonde leeftijdsgenoten. Ook opvallend: ze sliepen minder dan hun gezonde leeftijdsgenoten. Tegelijk zien we tekorten als het gaat om het volgen van de CSEP-richtlijnen. De resultaten tonen aan dat jongeren met een aangeboren hartaandoening extra ondersteuning nodig hebben om gezond te leven. Zorgverleners, leerkrachten, ouders en beleidsmakers kunnen hierbij een rol spelen. Het is belangrijk om de bekendheid rond de CSEP-richtlijnen te vergroten en passende begeleiding aan te bieden. Aangezien dit onderzoek slechts 14 deelnemers telde, is verdere studie met een grotere groep nodig om de bevindingen te bevestigen en breder toepasbaar te maken. Maatschappelijke meerwaarde en impact Dit onderzoek levert een maatschappelijke meerwaarde doordat het zich richt op een kwetsbare en vaak onderbelichte groep binnen de adolescentenpopulatie. Aangeboren hartaandoeningen komen relatief vaak voor, en hoewel de overlevingskansen sterk zijn toegenomen dankzij medische vooruitgang, blijft de begeleiding op het vlak van levensstijlgedrag achter. Deze studie onderzoekt het 24-uursgedrag van deze jongeren, namelijk hun fysieke activiteit, sedentair gedrag en slaap, en vergelijkt dit met het gedrag van gezonde leeftijdsgenoten. Dit biedt waardevolle inzichten die in de praktijk direct kunnen worden gebruikt door zorgverleners, leerkrachten en ouders. De bevindingen tonen aan dat jongeren met een aangeboren hartaandoening weliswaar meer totale en lichte fysieke activiteit vertonen dan hun gezonde leeftijdsgenoten, maar tegelijkertijd ook meer zitten en aanzienlijk minder slapen. Geen van de jongeren met een hartaandoening voldoet aan de Canadian Society for Exercise Physiology-richtlijnen voor beweging of slaap. Deze resultaten onderstrepen de nood aan gerichte interventies die niet alleen focussen op het stimuleren van beweging, maar ook op het verminderen van sedentair gedrag en het verbeteren van slaaphygiëne. Door factoren zoals geslacht, schermtijd en het aantal uren lichamelijke opvoeding mee te nemen in de analyse, krijgt men een rijker beeld van de contextuele invloeden op gedragspatronen. De maatschappelijke impact van dit onderzoek ligt in de mogelijkheid om op basis van deze inzichten richtlijnen en aanbevelingen te formuleren die beter afgestemd zijn op de noden van jongeren met een aangeboren hartaandoening. Beleidsmakers kunnen hiermee werken aan preventiebeleid en onderwijsinstellingen kunnen hun gezondheidsbevorderende praktijken verfijnen. Voor het zorgveld betekent dit dat kinesitherapeuten, artsen en andere zorgprofessionals concrete leidraden krijgen om een meer holistische en gepersonaliseerde aanpak te hanteren. Daarmee draagt dit onderzoek bij aan het verbeteren van de levenskwaliteit en gezondheidsuitkomsten van deze jongeren, wat niet alleen voor henzelf maar ook voor hun omgeving en de bredere samenleving van grote waarde is.

Promotor Marieke De Craemer
Opleiding Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie
Domein Revalidatie en kinesitherapie algemeen
Kernwoorden adolescenten aangeboren hartaandoening 24-uursgedrag accelerometer