The effect of a 6-week home-based exercise program on patient reported outcome measures in patients with CAI.
Naessens Jolien, 2025
De kleine voetspieren zijn belangrijker dan je denkt bij mensen met enkelinstabiliteit!
Iedereen kent wel iemand die in het verleden al een keer zijn/haar voet heeft omgeslagen en meestal blijft het daarna niet bij die ene keer. Daarom is het belangrijk om te voorkomen dat dit probleem zich meerdere malen voordoet en dit zo een langdurig probleem wordt, wat we ‘chronische enkelinstabiliteit’ noemen. In deze masterproef wordt het effect onderzocht van
een 6 week durend oefenprogramma met krachtoefeningen voor zowel de enkel als de voet. Vervolgens wordt er gekeken of dit oefenprogramma kan bijdragen aan een stabieler gevoel van de enkel en aan minder pijnklachten of andere symptomen in het dagelijkse leven en tijdens het sporten.
In de reeds bestaande literatuur over dit onderwerp werd meestal een oefenprogramma gebruikt waarbij alleen de grotere spieren die over de voet en enkel lopen werden getraind zonder de kleine spieren in de voet zelf mee te nemen in de krachttraining. Deze kleine spieren noemt men de intrinsieke spieren van de voet en leveren een belangrijke bijdrage aan de
stabiliteit van de voet en enkel. Wij hebben vervolgens een combinatie van oefeningen opgesteld voor zowel de grote als de kleine voetspieren.
Voor onze studie verzamelden we 13 participanten die vervolgens willekeurig werden verdeeld over een interventie- of controlegroep. Beiden werden onderworpen aan 2 testmomenten. Hierbij werden ze telkens gevraagd om 2 vragenlijsten in te vullen over klachten en symptomen van hun enkel tijdens dagdagelijkse activiteiten en tijdens het sporten. Vervolgens
kreeg de interventiegroep een oefenschema mee naar huis waarbij ze gedurende 6 weken 3 maal per week verschillende oefeningen uitvoerden. Deze oefeningen werden elke week wat moeilijker. Na deze 6 weken vergeleken we de resultaten op de vragenlijst enerzijds tussen
de 2 groepen en anderzijds tussen het eerste en tweede testmoment. Hoewel hierbij weinig statistisch significante resultaten werden gevonden, konden we toch vaststellen dat de scores op de vragenlijsten van de interventiegroep op het 2e testmoment duidelijk waren gestegen. Dit verschil was dan ook groot genoeg om als klinisch relevant beschouwd te worden.
Verder onderzoek is dus nog noodzakelijk, maar onze studie toont het potentiële nut aan van een oefenprogramma met zowel focus op de grote als de kleine voetspieren bij mensen met enkelinstabiliteit.
| Promotor | Valentien Spanhove |
| Opleiding | Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie |
| Domein | Revalidatie en kinesitherapie bij musculoskeletale aandoeningen |