Identificatie en validatie van farmacologische eindcompetenties voor bachelor- en masteropgeleide verpleegkundigen: Ontwikkeling en inhoudsvalidatie

Walcarius Jana, 2025
Medicatie is een belangrijk onderdeel van de gezondheidszorg, zeker bij patiënten met meerdere aandoeningen. Toch houdt het gebruik van geneesmiddelen ook risico’s in: bijwerkingen, foutieve combinaties of vergissingen bij toediening kunnen ernstige schade veroorzaken. Wereldwijd zijn medicatiefouten een belangrijke oorzaak van vermijdbare gezondheidsproblemen en hoge zorgkosten. Momenteel zijn artsen verantwoordelijk voor het voorschrijven van medicatie, maar in steeds meer landen, binnenkort ook in België, krijgen verpleegkundig specialisten die bevoegdheid. Zij moeten daarom niet alleen medicatie kunnen toedienen, maar ook begrijpen hoe ze werken, welke risico’s eraan verbonden zijn en hoe ze patiënten hierover kunnen informeren. Eerder onderzoek toont aan dat veel verpleegkundigen zich onzeker voelen over hun kennis en vaardigheden rond medicatie. Bovendien verschilt de kwaliteit van het onderwijs in farmacologie (medicatieleer) sterk tussen hogescholen. Dit leidt tot verschillen in voorbereiding bij de overstap naar een masteropleiding tot verpleegkundig specialist. Om te bepalen welke farmacologische kennis en vaardigheden verpleegkundigen op bachelor?en masterniveau nodig hebben, werd in deze masterproef een Delphi-studie uitgevoerd. Daarbij gaf een groep van experten, uit onder meer onderwijs, geneeskunde, verpleegkunde en farmacologie, in twee online bevragingsrondes feedback op een voorgestelde lijst van farmacologische vaardigheden. Ze beoordeelden deze op belangrijkheid, duidelijkheid en toepasbaarheid, en deden voorstellen tot verbetering. De studie resulteerde in een breed gedragen lijst van vaardigheden. Voor het bachelorniveau ligt de focus op praktische kennis, zoals het veilig toedienen van medicatie en correcte communicatie met patiënten. Voor het masterniveau zijn de vaardigheden uitgebreider, met nadruk op farmacologische kennis, kritisch redeneren en samenwerking binnen het zorgteam bij complexe medicatiebeslissingen. Tijdens het proces werden vaag geformuleerde of te theoretische termen aangepast naar concretere, haalbare doelen die beter aansluiten bij de dagelijkse praktijk en het wettelijk kader. Zo werd bijvoorbeeld minder nadruk gelegd op kennis van celbiologie en meer op veelgebruikte geneesmiddelen en veelvoorkomende ziektebeelden. Deze studie biedt een belangrijke basis voor het verbeteren van het farmacologisch onderwijs in de verpleegkunde. Ze helpt opleidingen om studenten beter voor te bereiden op hun toekomstige verantwoordelijkheden in medicatiebeheer, met oog voor veiligheid, doeltreffendheid en samenwerking in de zorg.

Promotor Lise-Marie Kinnaer
Opleiding Verpleegkunde en Vroedkunde