1-2-3-MOVE!: De invloed van fysieke omgevingsfactoren op de motorische en cognitieve competentie bij Vlaamse peuters (1-3 jarigen).
Steenkiste Merel, Pysson Roelien, 2025
Deze studie, onderdeel van het 1-2-3-MOVE!-project, richt zich op de motorische competentie van Vlaamse peuters tussen 1 en 3 jaar en onderzoekt hoe de fysieke omgeving zowel thuis als in de kinderopvang hiermee samenhangt. Motorische competentie, het vermogen van kinderen om doelgerichte bewegingen uit te voeren zoals grijpen, kruipen of lopen, speelt een cruciale rol in hun algemene ontwikkeling. Toch is er nog maar weinig bekend over hoe de dagelijkse leefomgeving deze vaardigheden beïnvloedt.
De motorische competentie van 301 Vlaamse peuters werd in deze studie in kaart gebracht met een gestandaardiseerde test, die zowel focuste op fijne motorische competentie (bijvoorbeeld iets vastgrijpen of tekenen) als op grove motorische competentie (bijvoorbeeld springen of lopen). Voor de omgeving brachten de onderzoekers de inrichting zowel binnen als buiten in kaart voor de opvangcontext. De ouders vulden een vragenlijst in over de thuisomgeving, inclusief speelmateriaal en de fysieke omgeving, binnen en buiten.
De resultaten suggereren dat de fysieke kenmerken van het kinderdagverblijf geen effect hebben op zowel de fijne als grove motorische competentie. Ook bij de thuisomgeving werden geen effecten gevonden op fijne motorische competentie. Wat wel opviel, was dat peuters van 12 tot 18 maand met meer grof motorisch speelgoed thuis (zoals klimstructuren of loopwagentjes) beter scoorden op grove motorische vaardigheden. Dit resultaat wijst op het belang van een stimulerende thuisomgeving in deze vroege levensfase. Er werden verder geen verschillen gevonden in motorische competentie tussen opvangvormen, zoals gezinsopvang (ook wel onthaalouders genoemd) en groepsopvang (in de volksmond crèches genoemd).
Deze studie toont aan dat de relatie tussen leefomgeving en motorische ontwikkeling complex is en onderstreept de nood aan verder onderzoek. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat in deze studie enkel de fysieke inrichting van de speelomgeving in kaart werd gebracht. De leefomgeving is echter breder dan dat: ook elementen zoals het aanwezige speelgoed, het effectieve gebruik ervan en actieve begeleiding kunnen een belangrijke rol spelen in het motorische ontwikkelingsproces.
Toch bieden de resultaten al eerste handvatten voor ouders en begeleiders in de kinderopvang die peuters optimaal willen ondersteunen in hun motorische groei.
| Promotor | Eline Coppens |
| Opleiding | Lichamelijke Opvoeding en Bewegingswetenschappen |
| Kernwoorden | 339 |