Het effect van het gebruik van babygebaren in combinatie met verbale communicatie bij horende prelinguïstische kinderen
Claessens Anneleen, 2025
Communicatie is een essentieel onderdeel van ons dagelijks leven waarbij zowel verbale als non-
verbale signalen een rol spelen. Voor jonge kinderen is taal niet alleen een middel om hun gedachten
en gevoelens te uiten, maar ook een belangrijke factor in hun cognitieve en emotionele groei. Voordat
kinderen hun eerste woorden kunnen vormen, maken ze al gebruik van non-verbale signalen zoals
blikrichting, lichaamsbewegingen en natuurlijke gestes (bv. wijzen) om zich uit te drukken.
Babygebaren zijn een hulpmiddel dat steeds meer aandacht krijgt als mogelijke ondersteuning van de
taalontwikkeling. Het zijn gebaren uit de Vlaamse Gebarentaal (VGT) die gebruikt worden om de
verbale taal te ondersteunen. Anders dan bij echte gebarentalen, bevatten babygebaren geen talige
complexiteit, zoals zinsbouw of vervoegingen. Het gaat bovendien enkel over gebaren die relevant zijn
voor jonge kinderen zoals dieren (bv. poes), routines (bv. slapen gaan) en voorwerpen (bv. bal). Op
basis van de huidige beschikbare literatuur is er onvoldoende bewijs dat het gebruik van babygebaren
de taalontwikkeling positief beïnvloedt, maar eveneens is er onvoldoende bewijs om het gebruik ervan
af te raden.
Dit onderzoek richt zich op de vraag of het gebruik van babygebaren door ouders een positieve invloed
heeft op de taalontwikkeling van normaal ontwikkelende horende kinderen tussen 12 en 18 maanden
oud. Er werd bewust gekozen voor deze leeftijdsgroep omdat jonge kinderen in deze fase al veel willen
communiceren. Aangezien hun spraak nog volop in ontwikkeling is, slagen ze er vaak nog niet in om
zich voldoende met gesproken woorden uit te drukken. Hierdoor zijn ze de ideale groep voor het gebruik
van babygebaren om hun communicatie te ondersteunen.
Waarom is dit onderzoek belangrijk?
De eerste levensjaren van een kind zijn cruciaal voor de taalontwikkeling. Kinderen leren taal
voornamelijk door interactie met hun nauwe omgeving zoals ouders, broers en zussen, grootouders en
andere verzorgers. Omdat jonge kinderen vaak al begrijpen wat er gezegd wordt voordat ze zelf kunnen
praten, kunnen babygebaren hen helpen om zich duidelijker uit te drukken, zolang hun gesproken taal
zich hier onvoldoende toe leent. De babygebaren geven hen zo een extra ‘communicatiemiddel’
waardoor ze beter kunnen aangeven wat ze willen of nodig hebben. Dit kan niet alleen helpen om
frustraties te verminderen, maar ook om een positievere interactie tussen ouders en kinderen te
stimuleren.
Daarnaast zou het gebruik van babygebaren de ouderlijke betrokkenheid versterken. Dit houdt in dat
ouders die babygebaren gebruiken, vaak actiever bezig zijn met de communicatieve signalen van hun
kind en zo bewuster kunnen reageren op hun behoeften. Dit zou zorgen voor een verhoging van het
responsief gedrag en kan een gunstige invloed hebben op de sociale en emotionele ontwikkeling van
het kind. Op lange termijn draagt dit mogelijk bij aan betere interacties en meer zelfvertrouwen in
communicatie.
Wat werd onderzocht?
In dit onderzoek werden 14 kinderen met hun ouders gevolgd, verdeeld over twee groepen. De ouders
in de eerste groep kregen driemaal een training in babygebaren, waarbij 50 gebaren aangeleerd
werden en ze leerden hoe ze deze gebaren konden gebruiken in dagelijkse interacties met hun kind.
De tweede groep ouders kreeg geen gebarentraining, maar algemene informatie over de
taalontwikkeling van jonge kinderen en enkele tips over hoe ze die zonder gebaren kunnen stimuleren.
De taalvaardigheden van alle kinderen, onafhankelijk van hun groepsindeling werden zowel voor als
na deze interventies in kaart gebracht met behulp van gestandaardiseerde taaltesten. Door beide
groepen te vergelijken, konden de onderzoekers bepalen of het gebruik van babygebaren invloed had
op de verschillende onderdelen van de taalontwikkeling van de kinderen. Hierbij werd zowel gekeken
naar wat de kinderen begrepen, als naar wat ze zelf al konden zeggen.
De resultaten toonden aan dat kinderen in de groep met babygebaren significant meer gebaren
begrepen en gebruikten dan kinderen in de controlegroep. Dit suggereert dat babygebaren effectief
kunnen zijn in het ondersteunen van vroege communicatie doordat kinderen ze snappen en
overnemen. Er werd echter geen duidelijk verband gevonden tussen het gebruik van babygebaren en
een snellere ontwikkeling van concrete taalvaardigheden zoals begrip of productie. Dit toont aan dat
babygebaren als ondersteunend hulpmiddel kunnen functioneren en een aanvulling kunnen vormen op
het proces van taalverwerving, maar niet ingezet kunnen worden om de taalontwikkeling zelf te
versnellen. Wel blijkt uit het onderzoek dat ouders het aantal woorden dat hun kind begrijpt en zegt,
significant hoger inschatten bij het tweede testmoment, ongeacht of de ouders babygebaren gebruikten
of niet. De meest waarschijnlijke verklaring hiervoor is dat de ouders doorheen het onderzoek zich meer
bewust zijn geworden van de taalontwikkeling van hun kind waardoor ze zich hier een duidelijker beeld
van hebben gevormd. Dit bevestigt zo de stelling dat ouderlijke betrokkenheid van groot belang is in de
talige ontwikkeling van jonge kinderen. Wel is op te merken dat deze verhoogde aandacht niet
(uitsluitend) toe te schrijven is aan het gebruik van de babygebaren, vermits deze bevinding geldt voor
zowel de ouders in de testgroep als deze in de controlegroep.
| Promotor | Kim Bettens |
| Opleiding | Logopedische en Audiologische Wetenschappen |
| Domein | Logopedie |
| Kernwoorden | taalontwikkeling babygebaren prelinguïstische kinderen babysign |