Kwantitatieve analyse van discrepanties tussen mathematisch gemodelleerd en conventioneel gemeten glenoid botverlies op CT-beelden bij patiënten met anterieure schouderluxaties.
Denolf Levi, 2025
Het verlies aan glenoid bot, vooraan aan de gewrichtskom, is één van de meest belangrijke risicofactoren voor terugkerende schouderinstabiliteit na een anterieure schouderluxatie. Hoe groter het percentage botverlies, hoe groter het risico op terugkerende instabiliteit en hoe invasiever de therapeutische interventie die volgt.
Om de clinicus te ondersteunen in de besluitvorming werd pre-operatieve beeldvorming met bepaling van het glenoid botverlies opgenomen in de initiële beoordeling. Wetenschappelijk onderzoek heeft inmiddels verscheidene methoden ontwikkelt die dit percentage botverlies trachten te bepalen. Hieruit zijn verschillende drempelwaarden naar voor gekomen die botreconstructie kunnen rechtvaardigen. Tot op heden bestaat er echter geen enkele methode die qua nauwkeurigheid en reproduceerbaarheid voldoende betrouwbaar is om als ‘gouden standaard’ te worden beschouwd. Hierdoor moet de clinicus zich baseren op een reeks uiteenlopende methoden.
Deze studie had als doel een meer gestandaardiseerde beoordeling te realiseren van glenoid botverlies na een anterieure schouderluxatie. Dit trachtte het te doen door een wiskundig model te verifiëren die een vergelijkingstabel zou kunnen voortbrengen waardoor resultaten van 11 bestaande methoden gemakkelijk vergeleken kunnen worden. Op deze manier beoogt deze studie toekomstig wetenschappelijk onderzoek efficiënter te maken en een waardevol hulpmiddel te bieden bij klinische besluitvorming.
| Promotor | Alexander Van Tongel |
| Opleiding | Geneeskunde |
| Domein | Chirurgie |
| Kernwoorden | glenoid botverlies anterieure schouderluxatie CT meetmethode |