Venogene erectiele disfunctie: wanneer de behandeling klinisch faalt

Janssen An, 2025
Erectiestoornissen vormen een medisch probleem met een enorme impact op de levenskwaliteit van mannen. De peniele erectie ontstaat door de coördinatie van drie belangrijke veranderingen in de bloedvaten van de penis: toename in de bloedtoevoer, relaxatie van de gladde spieren in de zwellichamen van de penis en afname in de bloedafvoer. Bijkomend wordt dit proces aangestuurd door de interactie tussen onze hersenen, zenuwen, signaalstoffen en spieren. Erectiele disfunctie (ED) treedt op wanneer een of meerdere van deze componenten verstoord raken. Bij venogene ED is er sprake van een verhoogde bloedafvoer. Veel mannen met dit type ED merken dat ze aanvankelijk een stevige erectie kunnen krijgen, maar dat deze geleidelijk afneemt. Dit type erectiele disfunctie vormt het onderwerp van deze masterproef. Na correcte diagnostiek kan een gepaste behandeling ingesteld worden, waarbij een medicamenteuze behandeling de voorkeur heeft. Bij onvoldoende effect van deze behandeling kan een chirurgische ingreep overwogen worden om de lekkende bloedvaten dicht te maken of af te binden. Niet elke patiënt met venogene ED ervaart echter voldoende beterschap om geslachtsgemeenschap terug mogelijk te maken. Nochtans biedt een succesvolle behandeling een duidelijke verbetering in zowel het seksueel functioneren als het psychosociaal welzijn van mannen en hun partners. Het doel van deze masterproef was om in de literatuur op zoek te gaan naar mogelijke oorzaken die ten grondslag liggen aan het klinisch falen van de therapie van venogene ED. Door grondige analyse van wetenschappelijk onderzoek gecombineerd met onze eigen interpretatie werden nieuwe inzichten verkregen in onder andere het ontstaansmechanisme, de diagnostiek en de behandeling van venogene ED. Het blijven echter hypothesen die verder onderzocht moeten worden. Deze masterproef is een oproep voor het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek. Dit zou zich moeten richten op het verder onderzoeken van het ontstaan van venogene erectiele disfunctie om met die inzichten een etiologische therapie te ontwikkelen. Tot de tijd dat zo’n therapie gesteld kan worden, dient de focus te liggen op de ontwikkeling van gestandaardiseerde richtlijnen voor de diagnostiek en huidige behandeling van venogene ED. Bovendien is het van belang de bevindingen en hypothesen uit deze masterproef te toetsen in studies met grotere patiëntenaantallen, zodat meer betrouwbare en generaliseerbare conclusies kunnen worden getrokken. De maatschappelijke meerwaarde van dit onderzoek ligt voornamelijk in het verbeteren van patiënttevredenheid. De verkregen inzichten in combinatie met de oproep tot toekomstig onderzoek vormen een belangrijke stap in de richting van betere behandeling. Dit zal uiteindelijk de zorg voor patiënten met venogene erectiele disfunctie transformeren.

Promotor Peter Vanlangenhove
Opleiding Geneeskunde
Domein Radiologie
Kernwoorden Venogene erectiele disfunctie