De hybride borstreconstructie: het optimaliseren van de verhouding tussen de allogene en de autologe componenten

Declercq Marie, Wiedeman Bronwen, 2025
In deze studie werd de ‘hybride borstreconstructie’ bestudeerd, onder leiding van dr. Filip Stillaert. Deze techniek wordt gebruikt voor het reconstrueren van borsten bij vrouwen die een borstamputatie hebben ondergaan omwille van borstkanker of een verhoogd risico daarop. De techniek bestaat uit verschillende stappen. De eerste stap is het plaatsen van ‘een expander’, een soort opblaasbare ballon, in elke borst. Deze komt onder de huid terecht waar voorheen het borstweefsel zat. Geleidelijk aan worden deze expanders gevuld met lucht of vloeistof om zo de huid op te rekken. Het lichaam vormt een kapsel, bestaande uit littekenweefsel, rond deze expanders. Als de huid genoeg opgerekt is en het kapsel gevormd is, wordt de eerste ‘lipofilling’ uitgevoerd. Lipofilling is het proces waarbij vet uit lichaamsdelen zoals de buik, dijen, billen wordt gehaald en in een andere regio van het lichaam, in dit geval de borsten, wordt geïnjecteerd. Herhaalde lipofilling-sessies met een interval van drie maanden zijn aangewezen om een zo natuurlijk mogelijk resultaat te bekomen. Finaal wordt de expander vervangen door een voor de spier geplaatste definitieve prothese. Door gebruik te maken van lipofilling zal de prothese goed bedekt zijn waardoor het resultaat stabieler, natuurlijker en dynamischer oogt. Waar vroeger het implantaat de hoofdrol speelde, is die rol nu weggelegd voor de met lipofilling gevulde ruimte tussen de huid en het kapsel. Deze thesis volgde de Motiva Flora®-studie, waarbij de studiepatiënten een hybride borstreconstructie ondergaan met twee lipofilling-sessies. Daarnaast werden ook patiënten uit de database van dr. Stillaert opgenomen in de studie; zij kregen drie lipofilling-sessies. Deze masterproef onderzocht in welke mate het getransplanteerde vetweefsel en implantaat bijdragen aan een natuurlijk ogende en aanvoelende borst. Helaas blijft niet al het geïnjecteerde vetweefsel behouden; een deel zal in de loop van de tijd worden afgebroken en door het lichaam worden geabsorbeerd, een proces dat bekend staat als vetresorptie. Een van de nadelen van de lipofillingtechniek is de onvoorspelbaarheid van de resorptie, waarbij het bereiken van een natuurlijk resultaat sterk afhankelijk is van de mate van resorptie. Uit de berekeningen bleek dat gemiddeld 28,53% van het vetweefsel verdween binnen deze periode. Dit percentage diende als basis voor het vaststellen van een resorptiefactor van 0,29. Deze resorptiefactor zou door chirurgen in de toekomst gebruikt kunnen worden om het volume aan vetweefsel nauwkeuriger in te schatten. Dit is nodig om een natuurlijk resultaat te krijgen en het implantaat minder zichtbaar en voelbaar te maken. Uit deze studie bleek ook dat het volumeverlies na injectie vooral plaatsvindt gedurende de eerste zeven dagen na het beëindigen van de reconstructie. Ten slotte werd de groep studiepatiënten, die twee lipofilling-sessies kregen, vergeleken met de databasepatiënten, met drie sessies, om te kijken of dit een grote impact had op de afname van vetweefsel. Uit de analyse, waarbij alle patiënten werden geïncludeerd, bleek dat er geen verschil bestond tussen de twee groepen. Wanneer dezelfde analyse werd herhaald, met exclusie van een patiënt met afwijkende resultaten, bleek het aantal lipofilling-sessies wel een significante impact uit te oefenen op het uiteindelijke resultaat. Borstkanker is een veelvoorkomende aandoening in België, waardoor veel vrouwen een borstamputatie moeten ondergaan. De borst wordt vaak gezien als symbool van vrouwelijkheid, geborgenheid en seksualiteit. Een borstamputatie (mastectomie) heeft daarom een grote psychologische en fysieke impact. Traditioneel kan een borst worden gereconstrueerd met een implantaat of met eigen weefsel, bijvoorbeeld via vetinjecties voor kleinere volumes. Het doel van een borstreconstructie is niet alleen om een esthetisch aantrekkelijke borst te creëren, maar ook een borst die natuurlijk, warm en comfortabel aanvoelt, met een zekere dynamiek en een blijvend resultaat. De meerderheid van borstreconstructies wereldwijd wordt nog steeds uitgevoerd met implantaten. Een implantaat kan echter zorgen voor een onnatuurlijke en soms ongemakkelijke borst. Dit komt doordat het uiteindelijk een dominante rol speelt in zowel de vorm als het gevoel van de borst. Door implantaten te combineren met vetinjecties (lipofilling) kan de impact van het implantaat mogelijk worden verminderd, wat leidt tot natuurlijkere resultaten. Bij deze benadering is de verhouding tussen het eigen weefsel en het implantaatvolume van belang. Deze studie probeert deze techniek te standaardiseren en de hoeveelheid vetweefsel ten opzichte van het implantaatvolume beter in te schatten om optimale resultaten te bereiken bij implantaat-gebaseerde reconstructies.

Promotor Filip Stillaert
Opleiding Geneeskunde
Domein Chirurgie
Kernwoorden Hybride borstreconstructie Lipofilling Resorptiefactor